Signaalketen

Door de keten

Ik master in WaveLab Pro, maar het meeste werk gebeurt buiten de computer. WaveLab stuurt het signaal via External Gear de kamer in en haalt het aan de andere kant weer op, tot op het sample uitgelijnd. Wat ertussen zit is apparatuur die je kunt aanraken.

De klok

Eén ding eerst, want al het andere hangt eraan. De Burl B2 Bomber ADC is de masterklok van de hele opstelling — de capture clock. Alles loopt in de pas met de converter die uiteindelijk vastlegt, en niet andersom.

Dat lijkt een detail. Dat is het niet. De klok bepaalt op welk moment elke sample wordt gepakt, en als die beslissing ergens anders vandaan komt dan waar het geluid daadwerkelijk de digitale wereld in gaat, betaal je dat in stereobeeld en in hoe strak het laag staat. Het is het soort verschil dat je niet kunt aanwijzen en wel kunt horen.

Het transport is hybride: MADI naast Dante. MADI voor de vaste, kortste weg naar de converters, Dante voor de kanalen die over het netwerk gaan. Dat samen levert een roundtrip van 5,25 ms in WaveLab — de tijd die het signaal erover doet om eruit te gaan, de hele analoge keten door te lopen en er weer in te komen.

Die 5,25 ms is de reden dat ik met analoge apparatuur kan werken alsof het plug-ins zijn. WaveLab compenseert de vertraging op het sample, dus voor het resultaat maakt ze niet uit — maar voor het wérken maakt ze alles uit. Ik kan in- en uitschakelen en direct vergelijken, zonder dat er een halve seconde tussen mijn beslissing en mijn oor zit. Wie ooit met een trage lus heeft gewerkt weet dat je dan niet meer vergelijkt maar onthoudt, en onthouden is een slechte meter.

Naar buiten

De bron gaat eerst omhoog naar 96 kHz. Niet omdat 96 mooier klinkt dan 44.1 — dat is het niet — maar omdat alles wat hierna komt analoog is. Hoe ruimer de digitale kant is bemeten, hoe minder je hem hoort op de plek waar het signaal de wereld in en uit gaat.

Bij stereomastering gaat dat via de Burl B2 Bomber DAC. Gaat het om stems, dan lopen de overige kanalen via de RME 1620 Pro over Dante: zestien kanalen die tegelijk en in de pas naar buiten gaan. Stems die niet exact gelijk lopen zijn geen stems meer.

Het optellen

Alle kanalen komen binnen op een Rupert Neve Designs 5057 Orbit. Hier worden ze bij elkaar opgeteld zoals dat vroeger ging: analoog, over echte transformatoren, en niet als een som in een rekenmachine.

Silk zit op de som, niet op de losse kanalen. Dat is geen beperking maar het punt: de transformatorverzadiging komt er niet zestien keer los in, maar één keer over het geheel — met Texture om te bepalen hoever ik ga. Eén beslissing, genomen op de plek waar alles al bij elkaar staat. Met mate is dat wat kanalen die naast elkaar stonden verandert in kanalen die bij elkaar horen.

De bewerking

Van de som naar de SSL Fusion. In de insert van de Fusion hangt eerst de Dangerous BAX EQ en daarna de Dangerous Compressor: eerst bepalen wat de track aan de uiteinden nodig heeft, dan pas kijken hoe hij ademt. Andersom laat je een compressor werk doen dat een halve decibel shelf had opgelost.

Die BAX is een Baxandall-EQ: geen filter dat je op een frequentie zet, maar een tilt van het hele uiteinde. Er zit geen punt in om te horen. Precies daarom hoor je hem ook niet als hij aanstaat — je hoort alleen dat er meer of minder is.

De Fusion kan die insert in stereo of in mid/side aanbieden, en dat is de reden dat hij daar staat. Ik kan het midden anders behandelen dan de zijkanten zonder een tweede keten op te tuigen: de kick en de stem strakker, de zijkanten ruimer, of andersom — zonder dat het één het ander meesleept.

De laatste stap voor terug

Uit de Fusion naar de Empirical Labs FATSO EL7x. Die zit er niet voor het comprimeren maar voor wat hij met de transiënten doet: de rand eraf op precies de plek waar digitaal hard blijft. Dat is wat een track op een telefoon net zo goed laat werken als op een set kasten.

En dan terug naar binnen, via de Bomber ADC waar dit verhaal mee begon. Blijft er daarna nog digitaal iets te doen, dan gebeurt dat in WaveLab op 96 kHz in 64-bit double precision. Niet omdat je dat hoort in één bewerking, maar omdat je het over tien bewerkingen wél hoort.

De stroom

Alles hangt aan een SurgeX SEQ1216i. Die doet twee dingen, en allebei zijn ze de moeite.

Conditioneren. Wat er uit het stopcontact komt is nooit alleen 230 volt op 50 hertz; er zit van alles overheen wat de rest van het pand erop zet. De SurgeX haalt dat eraf voordat het bij mijn apparatuur komt. Het resultaat is een lagere ruisvloer over de héle keten — niet een beetje minder ruis op één apparaat, maar minder op alles tegelijk, want ze delen dezelfde voeding.

Scheiden. De analoge keten hangt op een andere groep dan de DAW en het netwerk. Dat is geen overdaad: een computer en een switch werken op schakelende voedingen, en die zetten hun eigen rommel terug op de lijn waar ze aan hangen. Zolang dat een ándere lijn is dan waar de Orbit, de Fusion en de FATSO aan liggen, blijft die rommel waar hij hoort.

Ruis die je bij de bron wegneemt hoef je verderop niet te maskeren. Dat is goedkoper dan elke oplossing die erna komt, en het is de enige die niets kost aan geluid.

De kabels ertussen

Wat tussen de apparatuur zit telt mee, ook al haalt het geen enkele specificatie.

Analoog is alles Mogami quad, afgewerkt met Neutrik. Dat is de studiostandaard en niet uit gewoonte: sterquad koppelt een stoorveld op beide aders even hard in, waarna de symmetrische ingang het tegen zichzelf wegstreept. In een rack waar voedingen, netwerk en tientallen meters signaallijn binnen een halve meter van elkaar liggen, is dat het verschil tussen een ruisvloer die je vergeet en een ruisvloer waar je omheen werkt.

Het netwerk loopt over Lindy Cat7 S/FTP. Niet omdat Dante dat nodig heeft — dat heeft het niet, Cat6 haalt het ruim — maar omdat afgeschermde kabel zich zoveel netter gedraagt in de buurt van audioapparatuur. Een netwerkkabel is ook een zendertje: hij draagt hoogfrequent verkeer door hetzelfde rack als waar mijn analoge lijnen liggen. Die afscherming kost een paar euro en scheelt een probleem dat je anders pas opmerkt als je het al een tijd hoort.

Het is precies zo'n keuze die niemand ziet en die je in het eindresultaat niet kunt aanwijzen. Ze is er wel.

Wat er de deur uit gaat

Standaard, alle drie, bij elke master:

Andere formaten op aanvraag; zeg wat je distributeur vraagt en het staat erbij.

Solid State Logic Empirical Labs Dangerous Music Rupert Neve Designs Burl Audio RME HEDD Audio TAD Bryston Nordost Mogami Steinberg Waves Audio